Natte voeten

voeten1 Het is voorjaar 2013 en het is nat en sompig in het bos achter ons huis. Met laarzen aan ga ik met mijn zoon van 9 en mijn dochter van 7 door de plassen en de modderpoelen om te genieten van het prachtige lenteweer. Na een paar honderd meter ziet mijn zoon een (best wel brede) sloot en daagt ons uit om er over heen te springen. De sloot lijkt droog met een dikke laag bladeren op de bodem, maar de walkanten zijn steil. Ik bedank voor de uitdaging (als echte activist ben ik al vaak genoeg in sloten gesprongen), mijn dochter twijfelt nog. Mijn zoon neemt een pittige aanloop en springt met een mooie boog naar de overkant. Luid applaus van mij. Mijn dochter wil dan na veel aanmoedigingen ook wel een poging wagen. Met een halfslachtig aanloopje sukkelt ze op de sloot af…… en springt pardoes midden in de sloot. Krijsend van schrik staat ze tot over haar knieën in het ijskoude water. Na mijn eerste reactie (heel hard lachen, sorry, slechte moeder) help ik mijn meisje snel uit de sloot. Sop, sop, klinkt het in haar laarzen als we snel terug naar huis gaan, terwijl haar tranen langzaam opdrogen. “Tja meisje, zo leer je over sloten springen, door het te doen! Flinke aanloop en springen maar!”

Het is najaar 2013 en ik ben instructeur bij de Systematische Benadering van Medische Spoedsituaties (SBMS). Ik begeleid een groepje van 3 kandidaten bij hun eerste scenario van de cursus en voor we beginnen leg ik uit hoe de simulatiepop werkt, de defibrillator en de kar met medicijnen en hulpmiddelen. Een van de kandidaten begint direct aan de thorax van de pop te voelen en in de mond te kijken. Een andere kandidaat wil graag precies weten hoe crepiteren klinkt, waar je de carotispols kan voelen en of je ook souffles kan horen bij het hart. De derde kandidaat houdt zich stil en wat afzijdig.

Eerder zou ik het afzijdig houden van de derde kandidaat misschien interpreteren als ongeïnteresseerd en het gedrag van de eerste beoordelen als enthousiast. Nu weet ik echter meer van leerstijlen en kan ik beter plaatsen hoe kandidaten bij voorkeur leren. Dat is voor iedereen anders. Ik leg dus uit hoe alles werkt, hoe de link is naar de praktijk, ik laat de pop bevoelen en beluisteren en laat de kandidaat met de activistische leerstijl als eerste beginnen met een scenario. Voor elk wat wils dus!

Een simulatie-scenario training is bij uitstek een training waarbij je via ervaring moet leren. Bij ervaringsleren kenmerkt de ideale leercyclus zich door achtereenvolgens het opdoen van een ervaring, het reflecteren over deze ervaring, het vormen van een theoretisch concept over deze ervaring en daarna het plannen van een nieuwe ervaring, waarmee het theoretische concept op zijn waarde wordt getest. Dan is de leercirkel rond en start het proces opnieuw. Dit is de theorie van Kolb (1984) die hij beschrijft in zijn boek ‘Experiential learning’ (ervaringsleren).

Kolb beschrijft verder dat ieder individu een voorkeursplaats heeft om de leercirkel te betreden, de zogenoemde leerstijl. De leerstijl bepaalt hoe iemand zijn leerproces bij voorkeur start. Niet iedereen wil graag beginnen met actief experimenteren (zoals activisten, doeners). Sommigen willen eerst een volledig onderbouwd idee hebben over een bepaalde handeling of vaardigheid voor zij tot handelen overgaan (zoals theoretici, denkers), even de kat uit de boom kijken en zelf een beeld vormen van wat de bedoeling is (analytici) of graag een voorbeeld willen hebben waarom de oefening relevant is voor de praktijk (pragmatici). Het leren in je eigen voorkeursstijl is prettiger en geeft zelfvertrouwen. Als instructeur heb je de verantwoordelijkheid dat je kandidaten volledig de cirkel doorlopen, waar ze dan ook instappen.

leerstijlen2

Met mijn eigen activistische leerstijl heb ik in het bos er niet eens over nagedacht dat mijn dochter misschien wel eens iets anders nodig zou hebben dan puur leren door te doen. Mijn motto: “probeer maar gewoon”, werkt niet altijd en niet bij iedereen. Mijn dochter is bijvoorbeeld veel meer een analyticus en heeft meestal even tijd nodig om de situatie te doorgronden alvorens ze haar plan maakt.

Door het besef dat mijn eigen leerstijl niet die van een ander hoeft te zijn en dat iemand anders misschien een andere benadering nodig heeft om het leerpunt te maken, is mijn manier van lesgeven veranderd. Naast het feit dat natuurlijk niet elke omstandigheid zich leent om een ‘leerling’ een sprong in (over) het diepe te laten maken, vraag ik tegenwoordig aan een AIOS of coassistent naast “wat wil je leren”, ook “hoe wil je dat leren”, zodat hij of zij in zijn eigen leerstijl het leerpunt kan maken.

Om te leren moet je je kandidaat altijd verleiden om uit zijn comfortzone te stappen en je kan dat veilig maken door het leerpunt in de eigen leerstijl te laten maken. Een traumatische leerervaring kost veel zelfvertrouwen! Natte voeten krijgen is niet voor iedereen goed!

Weet jij wat jouw eigen leerstijl is? Kan je je een situatie herinneren dat jouw leerstijl als instructeur/docent conflicteerde met die van je leerling?

Nawoord: November 2013. Mijn dochter springt inmiddels weer over smalle, droge slootjes en neemt voor elk slootje een flinke pittige aanloop. Ze heeft veel geleerd, ondanks haar natte voeten. Ik ben bang dat mijn eigen activistische leerstijl zich in de opvoeding èn op het werk op onbewaakte momenten blijft manifesteren, maar ik weet nu in ieder geval dat het ook anders kan en soms ook anders moet. Eind goed, al goed😉

Martine

Afbeelding

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s